Van 3 tot 5

Ik heb het nog nooit gedaan, dus…

Hey, dat is lang geleden! Maar weet je nog die keer toen ik na anderhalve maand fietsen dacht dat een fietsvakantie in de Alpen een goed idee was? Vijf dagen cols oprijden met 3 geoefende wielertoeristen na 51 dagen ervaring? Nee? Dat ging zo…

Omdat Covid 19, dat smerige monster, verantwoordelijk was voor honderd duizenden wereldwijde slachtoffers én het annuleren van mijn  marathon, belandde ik uiteindelijk op de fiets. Enerzijds door gebrek aan openbaar vervoer en een teveel aan files en anderzijds doordat ik tijdens het lopen werd weggeblazen door de talrijke nieuwe Corona-Coureurs. If you can’t beat them, join them!

And so the story begins.. Ik kocht, op aanraden van een collega, een bescheiden racefiets in een hele blitse kleur. Met mijn Viper Red Vélo oefende ik tweemaal het parcours naar Brussel. Geen overbodige luxe, zo bleek. Fietsen in Brussel is namelijk gevaarlijker dan geblinddoekt op een hoogteparcours kruipen. Ik moet hier trouwens even een melig woordje van dank uitspreken aan mijn top collega P., die mij door de waanzin van onze hoofdstad loodste en mij niet alleen de weg maar ook de survivaltrucjes leerde waar ik vandaag nog altijd op teer. Eeuwige dank!

Na een maand door de urban jungle leerde ik enkele enkele essentiële dingen. Ten eerste is een fietsbroek met zeemvel noodzakelijk. Ook voor korte afstanden, ja. En laat die onderbroek maar uit, thank me later. Ten tweede is een fietsbril aan te raden. Geen Ray Ban, die je om de 17 seconden terug op je neus moet duwen. En ook als de zon niet schijnt, wil je hem liever dragen want stof en vliegen zijn de vijand! Tot slot geef ik nog graag mee dat de befaamde hongerklop geen fabel is en dat een kilometer héél lang kan duren als je geen gram energie meer in je lijf hebt. Hem voorkomen doe je door te eten alvorens je honger hebt, wat dus kernfysica blijkt te zijn.

1000 km op de Strava-teller (dat is een fietsApp) later, kreeg ik het aanbod om mee te gaan op fietsvakantie naar de Alpen.  Ik sputterde eerst nog wat tegen. Want de voorgestelde week kwam mij niet goed uit wegens een full house. De fietsende collega’s verzetten toen prompt naar een even week en dus kon ik niet meer weigeren. Vriend en vijand waarschuwden mij dat dit misschien toch wat te hoog gegrepen was. Maar op z’n Pipi Langskous dacht ik; ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het vast wel!’. Mijn familie had ik niet op de hoogte gebracht. Dat leek me beter voor iedereen ;-).

Er werd nog snel getraind op ‘bergop’ rijden op het trouwens prachtige parcours van de Sven Nys Cycling Route. Ik leerde voor het eerst schakelen naar de kleine plateau (dat zijn de kleinere versnellingen). Ook klikpedalen werden toch nog gauw aangekocht en ingeoefend. Met dank aan mijn buurman voor de technische ondersteuning en het inhouden van zijn lach. En aan m’n fietsvrienden K. en F. om tijdens de eerste rit aan elke stop ‘KLIKKEUH’ te brullen. Dat compenseert min of meer hoe hard ze gelachen hebben met mijn miskochte fietsshirt. Misschien.

Op 22 juni vertrokken we voor dag en dauw met een camionette vol fancy fietsen + de mijne naar Bourg Saint Maurice. Ik had op voorhand bewust niet opgezocht welke heuvels we zouden oprijden. Ignorance is bliss, nietwaar. Welnee, ignorance is vooral dom. Toen ik na 2km klimmen al volledig in het rood ging (perfect gematch met m’n fiets weliswaar) riep ik, snakkend naar adem: Ik kan niet meer schakelen! Fietsvriendin V. antwoordde droog: het is op. Je kan niet meer kleiner…

Geweldig begin! Ik heb mij vervolgens netjes in haar wiel gezet en ben de, overigens zeer bescheiden berg, traag en gestaag opgefietst. En de dagen daarna heb ik het op dezelfde manier aangepakt. “Traag en gestaag bereikt de schildpad haar doel” was mijn mantra.

Uiteindelijk fietste ik 4maal een bergflank op. In de hitte. M’n billen kregen de schok van hun leven en ik vergat éénmaal te eten, op 8km van de top. Maar ik fietste overal naar boven. Het was afzien en genieten en nog wat afzien en nog meer genieten. Ik kan niet beschrijven wat een gevoel het is om boven te komen en als een idiote toerist naast dat bordje van de Col te gaan staan. Voor een foto met een dwaze grijns. Om zo belachelijk content van uzelf te zijn. En dan met een klein hartje naar beneden te fietsen en in volle vaart te denken: hoe ben ik hier in hemelsnaam boven geraakt.

Ik raad het u aan. Misschien niet om meteen naar de Alpen te trekken want laat ons eerlijk zijn, ik had al een hele goeie conditie van al dat lopen. Maar wel om te beginnen fietsen. Want ik leerde enkele fantastische levenlessen, terwijl ik de berg opsukkelde. Dat je soms boven jezelf kan uitstijgen door binnen je grenzen te blijven. Enkel door me te focussen op m’n ademhaling en een cadans die ik kon aanhouden, was de top binnen bereik. Maar ook dat de steile weg naar boven veel minder zwaar is, als je je wagentje aan kan haken bij een vriend.

In het fietsen vond ik veel vriendschap. En door de vriendschap vond ik mezelf weer een beetje meer terug. Als ik ’s nachts niet in slaap geraak, denk ik terug aan de twee laatste kilometers van de Cormet de Roselend. ‘Het wordt nu fris, dus we zijn er bijna’.

Die frisse wind van het fietsen was nét wat ik nodig had.

En nieuwe remmen ook. Want ik heb ze helemaal opgefraind in het afdalen van diezelfde Roselend #oeps #schrikschijter.

 

 

 

<< Terug naar Mijn Blog