Van 3 tot 5

Categorie: co-ouderschap

Het VakantieVerzet

Alle mama’s en papa’s die blij zijn dat de vakantie voorbij is, steken hun hand omhoog.

IKKEUH!!!

Zeker wel. Mijn fitbit liegt er namelijk niet om. In de tweede week van de kerstvakantie lag mijn hartslag in rust (rust, wat is rust? ) vier slagen hoger dan normaal. En ik ben terug moeten beginnen met een vitamine B kuur want ik verloor meer plukken haar dan de hond van mijn mama.

En zeggen dat we zo hard hadden uitgekeken naar de vakantie! Er werd gedroomd van zwarte lava stranden en piratengevechten in het zwembad. Van gamba’s à la plancha en ochtendloopjes langs het strand. Maar toen ging Thomas Cooke failliet en onze vakantiebubbel ook. 

Helaas heb ik het nog niet zo ver geschopt met mijn bescheiden blogje om gratis verblijven in vakantieparken aangeboden te krijgen. Of om bungalows en boomhutten te gaan uitproberen met mijn nochtans fotogenieke kroost. Gelukkig hebben mijn ouders wel gewoon hard gewerkt voor hun (en mijn) boterham en konden we dus voor een paar dagen naar hun appartement aan zee.

Waar liep het dan toch fout? 

Uit mijn analyse blijkt dat het om een delicate combinatie van zowel interne als externe factoren draait (zoals alle existentiële problemen, nietwaar). Ten eerste waren er te veel cadeautjes. Na sinterklaas, mijn verjaardag, twee kerstfeestjes, Sil zijn verjaardag én nieuwjaar dacht Ries dat een pakje per dag de nieuwe standaard geworden was. Vergelijk het met een kind dat te veel suiker op heeft (wat overigens ook het geval was) en niet meer van ophouden weet. Bovendien mag je het aantal kadootjes bij Ilias en Sil dan nog eens maal twee doen. Want ook bij de familie van X werden er pakjes uitgedeeld. Weet je nog hoe ze zeiden dat je babies niet kan verwennen? Dat geldt dus NIET voor peuters, kleuters en kinders.

Een tweede euvel was de zogenaamde winterstop. Ik snap dat profvoetballers een paar weken rust nodig hebben om hun kousen te wassen en met hun trophy wifes naar de Bahamas te gaan. Energieke achtjarigen hebben die enkele uren buitensport daarentegen KEI HARD NODIG. En hun mama’s OOK. Tijdens de zomermaanden kan je ze dan nog buiten zwieren met een bal. In de kerstvakantie zijn mama’s gedoemd om tot vervelens toe te herhalen dat er binnen niet met ballen gespeeld mag worden. Ook niet met pingpong balletjes Ilias, nee.

Ok, dat laatste zou eventueel nog kunnen, indien we een ping pong tafel hadden. Correctie, als we de plaats voor een pingpong tafel hadden. Met dat idee in het achterhoofd (en ook wel gewoon omdat ik een Monica ben) had ik een extra dag verlof genomen om de garage op te ruimen. Na vijf uur ploeteren kwam de buurman mij smalend zeggen dat Jonas (aka de verzamelaar) niet blij ging zijn en eerlijk gezegd, dat was ik op dat moment ook niet. Het was ijskoud, ik had al een vaas en een fles sterke drank laten vallen en ik had niet genoeg IKEA dozen om al onze rommel te sorteren.

Ik bespaar U de verdere details. Uiteindelijk duurde het NEGEN verdomde uren voor alles min of meer een plekje had. En of er nu een pingpong tafel bij kan…Ik denk het niet. Maar ik merk, geheel vrijblijvend, op dat er in de garage van mijn overburen nog HEEL VEEL plaats is :-).

Een laatste element in de analyse is het actuele falen van mijn mild ouderschap. Ik ben grote fan van het idee om zoveel mogelijk te verbinden met je kinderen. Om grenzen te stellen maar ze wel toe te lichten. Samen te bespreken wat kan en wat niet en waarom dan precies niet. Het probleem is echter dat mijn grootste kerels daar tegenwoordig hun buik vol van hebben. Er is geen interesse in het maken van afspraken of om samen naar een oplossing te zoeken. Vooral Ilias heeft er sch%*t aan. Ik vroeg of hij mij wou helpen in de keuken. Na enkele seconden van stille reflectie antwoordde hij: neen. Ik keek verrast op en hij zei zelfvoldaan: “Het was toch een vraag? Ik kies neen”.

OK. Het verzet is dus nu al begonnen. Ik moet u niet uitleggen hoe blij ik was met dat berichtje van een collega schoolpoort-mama. Dat ze zat te schuilen in haar waskot om te ontprikkelen. Met alle machines op volle kracht om het lawaai van haar kroost even niet te moeten horen. Dat haar kinderen kinderen ook heel de vakantie voor ALLES ruzie hadden gemaakt. En dat ze aftelde naar maandag 8u40. Een andere vriendin waar ik mijn beklag tegen deed, gaf zelfs toe dat ze gedreigd had met Internaat.

Volgens mij maakt dat geen verschil in vakantieperiodes maar dank jullie wel om eerlijk te zijn. We hebben even kunnen lachen met mekaar en vooral onszelf en hey, we made it. Zoals Hanne Luyten zou zeggen; #momsunited. Het verzet tegen het Verzet! 

 

ps: geen enkel kind werd gekwetst tijdens het schrijven van deze blog.

 

 

Let it go

Mijn kleintje heeft gevochten op school. Er kwam trekken, sleuren en krabben (ja, dat doen jongens dus blijkbaar ook) aan te pas. En tranen. Veel tranen. Achteraf wist de juf me nog te zeggen dat hij niet begonnen was en dat het wel om zelfverdediging ging. Maar eigenlijk deed dat er voor mij niet echt toe.

Nu niet dat ik mijn jongens aanmoedig om andere kinderen aan te vallen natuurlijk. Maar ze mogen, nee moeten zichzelf wel verdedigen. Hun grenzen aangeven. Liefst verbaal natuurlijk maar soms kunnen die woorden wat kracht gebruiken.

Nog niet zo gek lang geleden zou ik hier helemaal anders over gedacht en geschreven hebben. Zou ik van naadje tot draadje uitgezocht hebben wat er gebeurd was. En wel zeventien gesprekken over geweldloos verzet. En een kilo moederkes-schuldgevoel natuurlijk. Maar, houdt u vast, ik heb dat losgelaten.

Bam, daar staat het. Loslaten. Het meest abstracte werkwoord in het woordenboek van een ouder. Menig boek werd er al over geschreven. Waar ik er overigens aardig wat van gelezen heb. Mijn korte samenvatting? Loslaten is een persoonlijk dingetje.

Hoe werkt het dan voor mij? Het draait allemaal rond het concept van selectieve onwetendheid. Vrij vertaald: niet alles weten, heeft zo z’n voordelen. Ignorance IS bliss! Ik moet niet persé weten op welke groeicurve Ries zit. Ik zie zo ook wel dat hij een gezonde zwiep is. Het klasgemiddelde van Ilias zijn rapport interesseert me heel weinig. Ik lees dat hij een lieve jongen is en dat maakt me blij. En dat Sil nog niet veel intrinsieke motivatie heeft op school , daar probeer ik ook niet meer van wakker te liggen.

Zo kom ik ook niet meer tussen in ruzies tussen de boygang. Ze moeten het zelf leren oplossen. Tenzij er fysiek geweld of groffe taal aan te pas komt, laat ik het aan mij voorbij gaan. Ik heb liever dat ze het uitvechten in de veilige cocon van ons gezin dan dat ze het op school of op de sportclub uithangen.

En uiteindelijk hoef ik ook niet meer in detail te weten wat Ilias en Sil in de week van X meemaken. Ik heb natuurlijk wel interesse voor wat ze vertellen (als ze er al over vertellen, het blijven jongens van 6 en 8. Was het leuk? Ja. Wat heb je gedaan? Meh. Klinkt bekend? 😊) maar ik pas geen verhoortechnieken meer toe.

Zonder dat ik het doorhad, paste ik deze techniek trouwens al langer toe. Sinds mijn zwangerschappen hebben we namelijk geen weegschaal meer in huis. Want ik ging me echt niet gek laten maken door een getal. Door bepaalde dingen geen plaats meer in mijn hoofd te geven, is er meer ruimte voor andere dingen die me écht boeien.

Is dat nu loslaten volgens de regels van de kunst? Nope. Werkt het voor mij? Ow yes.

Lukt het altijd? ZEKER NIET 🙂

Over tijd

Ik kan me best inbeelden wat sommigen dachten toen ze de titel van deze blog zagen 🙂 Maar neen. Er komt geen 4de kindje (ademen moeke, ademen). Het gaat ook niet over bedorven voedsel of weet ik veel.

Over tijd: dagen, uren, minuten en seconden. Datgene waarvan je je niet meer kan inbeelden wat je ermee deed voor je kinderen had. Het vreemde ding dat soms voorbij kruipt (saaie vergaderingen! wachten bij de dokter! aanschuiven aan de kassa!) en dan weer vliegensvlug voorbij gaat (meerdere voorbeeldopties mogelijk maar laat ons eerlijk zijn: ’s nachts!!!!).

Ik word continu heen en weer geslingerd tussen ‘ik heb geen tijd’ en ‘ik moet hier tijd voor maken’. Tot overmaat van ramp kom ik graag ‘op tijd’. De grootste echtelijke ruzies gaan hierover. Manlief laat zich nooit opjagen door de klok. Hij vertrekt wanneer hij er ongeveer moet zijn of wanneer ik me kwaad maak (hij geeft het niet toe maar dat is volgens mij zijn teken om te starten). Helaas wacht de NMBS niet zo geduldig op mij als ik op hun treinen (grrrrr) en eindigt het vaak in een race naar het station. Whatever, de snelheidsboetes zijn voor hem.

Met drie kinderen, een chronische treuzelaar en een fulltime job heb ik dus ‘geen tijd’. Hoewel, mijn dag telt natuurlijk ook 24 uur. Even rekenen: 9 à 10 uren worden ingenomen door de job. Ik heb 6 à 7 slaapuren nodig om een betrekkelijk goeie versie van mezelf te zijn. Het rekenmachien vertelt mij (ambtenaar: kan lezen en schrijven) dat er dan nog 8 prachtige, vrije uren overblijven.

Ik heb dus wel tijd. Maar die tijd is kostbaar dus “verspil haar verstandig”. En hoewel ik het enerzijds spijtig vind dat mijn kleintjes in geen tijd al zo opgegroeid zijn, is het voordeel wel dat je met iets grotere kinderen veel dingen samen kan doen. In plaats van te moeten kiezen tussen “gaan sporten of iets met de kinderen doen”, gaan we sinds kort samen sporten! Dat eerste duurloopje samen…magisch! Maar ook dat is tijd-elijk. Binnenkort lopen zij een veel snellere tijd dan ik en dan is het gedaan met onze tête-à-tête. (ok, ok, genoeg)

Gelukkig breken er constant nieuwe fases aan met nieuwe mogelijkheden om momenten om te delen. Dat betekent wel dat ik vaak de slechterik van Spider-Man moet spelen en dat Jonas niet geheel vrijwillig leert skateboarden. Ik heb ook al de Sterrenwacht van Van Gogh proberen na te schilderen met Sil, terwijl ik hem trachtte uit te leggen waarom die meneer nu eigenlijk zijn oor had afgesneden (een klein kindje babbelde hem ook de oren van zijn kop misschien?).

Van de term ‘me-time‘ krijg ik trouwens de kriebels maar dat wilt niet zeggen dat ik niet graag eens alleen ben (beginnende bij op de wc). Feit is gewoon dat ik mijn kindjes echt snel mis. Dat ik Ilias en Sil sowieso al 1 op de 2 weken moet missen, helpt natuurlijk ook niet.

Uiteindelijk is het één grote zoektocht naar evenwicht. Ik weet het wel! Gewoon effe de balans fixen!

Gelukkig heb ik geen tijd om er over na te denken…

DNA of DNEE?

Naar maandelijkse gewoonte ging ik dinsdag Plasma geven. Het was een jubileum editie want het was mijn tiende keer! Daarvoor gaf ik al enkele jaren driemaandelijks bloed. Ik begon er in 2014 mee, naar aanleiding van een familielid dat een transfusie nodig had.

En ja, ik zeg nu wel dat donor zijn a walk in the park is en dat het pijnloos en lollig is (en dat is, écht!), maar die eerste keer (who am i kidding, keren!) was ik bloednerveus. Ik had een hogere bloeddruk dan ooit, wat dan wel weer goed uitkwam want normaal heb ik super laag en dat kan een reden zijn om geweigerd te worden.

Maar mijn bloedgroep, B negatief, komt minder dan 5% voor bij de Belgische bevolking. Het idee was dus om terug te geven wat mijn significant other had geconsumeerd. Zij besloot om mee te komen, om mij te steunen en eventueel terug bij bewustzijn te wapperen.

Na een uitgebreide toelichting over het “hoe en wat” door de dokter in Leuven, kwam de vraag naar mijn motivatie. Ik wees op mijn compagnon en legde uit dat zij recent twee zakjes B negatief had opgebruikt en dat ik de voorraad graag terug kwam aanvullen.

“Wel toevallig dat jullie dezelfde bloedgroep hebben en dan nog zo een uitzonderlijke!”, zei de mogelijks bijziende arts. Verbaasd antwoordde ik dat dat toch logisch was gezien onze familiale band? Genânt momentje. Omdat de ene waarschijnlijk bleek van angst en de andere nogal sunkissed was, geloofde de dokter niet dat we bloedverwanten waren.

Soms is het niet zo duidelijk natuurlijk. En soms zien mensen vooral wat ze willen zien. Op het schoolfeest beweerde een oudere dame eens dat Ilias als twee druppels water op zijn nonkel Dieter leek. Dat is de broer van Jonas en dat kan dus niet. Maar groot,blond en onstuimig volstond blijkbaar om de niet-bestaande link te leggen. En zelf lijk ik fysiek wel op mijn beide zussen maar mijn karakter ligt veel dichter bij dat van mijn schoonzusje.

Het valt mij bovendien op dat kinderen het gedrag van ouders, en ook plus-ouders, kopiëren. Doordat ze ‘maniertjes’ overnemen, beginnen ze ook onderlinge gelijkenissen te vertonen met de ouder waar ze geen bloedband mee hebben. Zelfs de manier van stappen wordt onbewust geïmiteerd.

Dus wat is uiteindelijk een bloedband? En wat betekent ‘de échte mama en papa’. Dat ligt zo gevoelig. Ook ik heb het er best moeilijk mee dat mijn kinderen iemand anders ook de mama-titel geven. Ik wil natuurlijk dat mijn jongens zo gelukkig mogelijk zijn maar aanvaarden dat ik niet de enige mama in hun leven ben, is een beetje zuur.

Jonas spreekt trouwens nooit van stief- of plus-ouders maar van zorg-ouders. “We zijn niet de biologische papa en mama’s maar zorgen mee voor kinderen die bij ons gezin horen”, redeneert hij. Dat vind ik mooi. Bij Jonas zit dat zorgzame echt in zijn DNA. Hij werd ouder op het moment dat Sil z’n kleine armpjes rond zijn nek hing en Ilias hem ‘Nonasje’ ging noemen.

De biologische band, hij is er dus wel maar laten we hem geen superkrachten toekennen… Sil vroeg onlangs of de mensen die bloed van mij kregen de afgelopen jaren, nu zoals ik zouden klinken. Hopelijk niet want volgens mijn zus zing ik heel slecht. Maar het idee dat ik een bloedband heb met een heleboel andere mensen, bevalt mij wel…

Ps: Moest je ondertussen denken dat ik gesponsord ben door het Rode Kruis, toch niet. Ik geef mijn bedankt-bonnetjes altijd aan mijn collega die ermee naar de bioscoop gaat met zijn kleinkinderen :-).

 

Waar is Wally?

Hier zijn we weer!  Fris en uitgerust zou ik nu niet meteen durven zeggen. Ook het vakantieleven met drie duracell konijnen is best pittig. Maar wél vrolijk en vol goeie vibes om nog een dikke maand te genieten van de zomer voor de rush van het schoolleven weer begint.

Als ik de afgelopen twee weken moet omschrijven in drie woorden, kies ik: warm, slapen en boeken. Want wat een héérlijk weer was het seg?! Gewapend met zonnecrème en een groot glas witte..euh water heb ik 7 boeken gelezen. Dat moet dateren van de periode dat ik in het ziekenhuis lag met preterme weeën (en eerlijk gezegd, toen had ik door de medicatie de attentiespanne van een goudvis dus veel literaire toppers zijn er niet gepasseerd).

Eigenlijk is het dankzij Ilias en Sil dat ik de weg naar de bib terugvond. En google maps natuurlijk, want oriëntatiegevoel: not so much. Zelf was ik een verwoed jong lezertje. Elke zaterdag 5 boeken in de bib van Keerbergen, vaak uit tegen woensdagavond. Lezen met de ‘pillamp’ onder mijn laken. Nerdalert?

Mijn jongens hebben dat dus totaal niet geërfd. Creatief zijn ze dan weer wel. Ilias had een ‘waar is Wally’ boekje verstopt in een groter leesboek, om de juf te bedotten tijdens het leesuurtje op school. Zucht. Leesplezier zeg je, juf Evelien? We werken eraan.

Gelukkig is de bib van Boortmeerbeek ook echt leuk. Met zitzakken, themahoekjes, computers en tafeltjes om aan te tekenen. En airco, ook niet onbelangrijk gezien ons huidig klimaat. De jongens gaan dus supergraag. We hebben de duidelijk afspraak gemaakt dat er één Wally boek mee mag, een voetbal-boek en minstens 1 leesboek. Dat laatste is er meestal ééntje van Marc De Bel, back in the days ook al mijn favorietje.

En wat blijkt. “Waar is Wally – Ilias” maakte een reuzesprong voor wat lezen betreft in het tweede semester. En toen Sil iets mocht kiezen voor z’n mooie rapport, vroeg hij zowaar een boek?! In de bib zullen ze waarschijnlijk blij zijn dat ‘het boek zonder tekeningen’ terug beschikbaar werd voor andere kindjes vanaf 1 juli 🙂

Maar het meest triomfantelijke moment gebeurde zaterdagavond, toen X de jongens kwam ophalen voor hun reis naar het Zuiden van Frankrijk. Op zijn kousenvoeten kwam Ilias mij influisteren dat het wel een lange tocht met de wagen zou zijn. En of hij misschien zijn boeboeks-boek mocht meenemen? Dat vond Sil ook een top-idee. De blik op X zijn gezicht toen ze klaarstonden met die boekjes onder hun arm. Onbetaalbaar.

ps: Volgende week schrijf ik over een boek dat ik tijdens mijn vakantie las: ‘Jongens, hoe voed je ze op?’. De komende dagen neem ik nog even de tijd om een paar experimentjes op mijn boygang los te laten ;-). Intussen kunnen jullie op donderdag 1 augustus ook mijn eerste blog op mamabaas.be lezen!

 

 

<< Terug naar de Blog