Van 3 tot 5

Ik heb het nog nooit gedaan, dus…

Hey, dat is lang geleden! Maar weet je nog die keer toen ik na anderhalve maand fietsen dacht dat een fietsvakantie in de Alpen een goed idee was? Vijf dagen cols oprijden met 3 geoefende wielertoeristen na 51 dagen ervaring? Nee? Dat ging zo…

Omdat Covid 19, dat smerige monster, verantwoordelijk was voor honderd duizenden wereldwijde slachtoffers én het annuleren van mijn  marathon, belandde ik uiteindelijk op de fiets. Enerzijds door gebrek aan openbaar vervoer en een teveel aan files en anderzijds doordat ik tijdens het lopen werd weggeblazen door de talrijke nieuwe Corona-Coureurs. If you can’t beat them, join them!

And so the story begins.. Ik kocht, op aanraden van een collega, een bescheiden racefiets in een hele blitse kleur. Met mijn Viper Red Vélo oefende ik tweemaal het parcours naar Brussel. Geen overbodige luxe, zo bleek. Fietsen in Brussel is namelijk gevaarlijker dan geblinddoekt op een hoogteparcours kruipen. Ik moet hier trouwens even een melig woordje van dank uitspreken aan mijn top collega P., die mij door de waanzin van onze hoofdstad loodste en mij niet alleen de weg maar ook de survivaltrucjes leerde waar ik vandaag nog altijd op teer. Eeuwige dank!

Na een maand door de urban jungle leerde ik enkele enkele essentiële dingen. Ten eerste is een fietsbroek met zeemvel noodzakelijk. Ook voor korte afstanden, ja. En laat die onderbroek maar uit, thank me later. Ten tweede is een fietsbril aan te raden. Geen Ray Ban, die je om de 17 seconden terug op je neus moet duwen. En ook als de zon niet schijnt, wil je hem liever dragen want stof en vliegen zijn de vijand! Tot slot geef ik nog graag mee dat de befaamde hongerklop geen fabel is en dat een kilometer héél lang kan duren als je geen gram energie meer in je lijf hebt. Hem voorkomen doe je door te eten alvorens je honger hebt, wat dus kernfysica blijkt te zijn.

1000 km op de Strava-teller (dat is een fietsApp) later, kreeg ik het aanbod om mee te gaan op fietsvakantie naar de Alpen.  Ik sputterde eerst nog wat tegen. Want de voorgestelde week kwam mij niet goed uit wegens een full house. De fietsende collega’s verzetten toen prompt naar een even week en dus kon ik niet meer weigeren. Vriend en vijand waarschuwden mij dat dit misschien toch wat te hoog gegrepen was. Maar op z’n Pipi Langskous dacht ik; ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het vast wel!’. Mijn familie had ik niet op de hoogte gebracht. Dat leek me beter voor iedereen ;-).

Er werd nog snel getraind op ‘bergop’ rijden op het trouwens prachtige parcours van de Sven Nys Cycling Route. Ik leerde voor het eerst schakelen naar de kleine plateau (dat zijn de kleinere versnellingen). Ook klikpedalen werden toch nog gauw aangekocht en ingeoefend. Met dank aan mijn buurman voor de technische ondersteuning en het inhouden van zijn lach. En aan m’n fietsvrienden K. en F. om tijdens de eerste rit aan elke stop ‘KLIKKEUH’ te brullen. Dat compenseert min of meer hoe hard ze gelachen hebben met mijn miskochte fietsshirt. Misschien.

Op 22 juni vertrokken we voor dag en dauw met een camionette vol fancy fietsen + de mijne naar Bourg Saint Maurice. Ik had op voorhand bewust niet opgezocht welke heuvels we zouden oprijden. Ignorance is bliss, nietwaar. Welnee, ignorance is vooral dom. Toen ik na 2km klimmen al volledig in het rood ging (perfect gematch met m’n fiets weliswaar) riep ik, snakkend naar adem: Ik kan niet meer schakelen! Fietsvriendin V. antwoordde droog: het is op. Je kan niet meer kleiner…

Geweldig begin! Ik heb mij vervolgens netjes in haar wiel gezet en ben de, overigens zeer bescheiden berg, traag en gestaag opgefietst. En de dagen daarna heb ik het op dezelfde manier aangepakt. “Traag en gestaag bereikt de schildpad haar doel” was mijn mantra.

Uiteindelijk fietste ik 4maal een bergflank op. In de hitte. M’n billen kregen de schok van hun leven en ik vergat éénmaal te eten, op 8km van de top. Maar ik fietste overal naar boven. Het was afzien en genieten en nog wat afzien en nog meer genieten. Ik kan niet beschrijven wat een gevoel het is om boven te komen en als een idiote toerist naast dat bordje van de Col te gaan staan. Voor een foto met een dwaze grijns. Om zo belachelijk content van uzelf te zijn. En dan met een klein hartje naar beneden te fietsen en in volle vaart te denken: hoe ben ik hier in hemelsnaam boven geraakt.

Ik raad het u aan. Misschien niet om meteen naar de Alpen te trekken want laat ons eerlijk zijn, ik had al een hele goeie conditie van al dat lopen. Maar wel om te beginnen fietsen. Want ik leerde enkele fantastische levenlessen, terwijl ik de berg opsukkelde. Dat je soms boven jezelf kan uitstijgen door binnen je grenzen te blijven. Enkel door me te focussen op m’n ademhaling en een cadans die ik kon aanhouden, was de top binnen bereik. Maar ook dat de steile weg naar boven veel minder zwaar is, als je je wagentje aan kan haken bij een vriend.

In het fietsen vond ik veel vriendschap. En door de vriendschap vond ik mezelf weer een beetje meer terug. Als ik ’s nachts niet in slaap geraak, denk ik terug aan de twee laatste kilometers van de Cormet de Roselend. ‘Het wordt nu fris, dus we zijn er bijna’.

Die frisse wind van het fietsen was nét wat ik nodig had.

En nieuwe remmen ook. Want ik heb ze helemaal opgefraind in het afdalen van diezelfde Roselend #oeps #schrikschijter.

 

 

 

Still Standing

Ik heb wat getwijfeld om een blogje te schrijven. Ervan uitgaande dat iedereen in diezelfde miserie zit als wij. Dat sommigen bovendien ook ernstig ziek zijn en wij daar tot dusver van gespaard zijn gebleven.

Maar toen Sil vandaag 3 uur aan één stuk ‘I’m still standing -yeah yeah yeah zong, was het schrijven of doorflippen. Hij kent alleen die ene zin. Drie. Uur. Aan. EEN STUK! Gelukkig merkte Jonas tijdig mijn ontluikende hysterie op en smeet hij de kids buiten, mét een radiospeler. Zo ne goeie hebben wij nog ni gehad.

Als ik ooit al idyllische dagdromen had over het runnen van een pittoreske B&B in het kader van sport-toerisme (ja dat bestaat ja) dan zijn die bij deze vakkundig vermoord. Het lijkt hier eerder op een matige all-in aan één of andere riviera. Min het zwembad.

Mijn gastpubliek is luid, met momenten bijzonder ongemanierd, vaak schaars en/of slecht gekleed en vooral: zéér veeleisend. Wat ze verwachten is absoluut niet evenredig met de prijs die ze ervoor willen betalen.

Laat ons beginnen met het gastronomisch aanbod. Elke ochtend zonder pannenkoeken is er één teveel. Maar ALS er dan pannenkoeken zijn, dan is het toch wel JAMMER dat ik geen havermoutje wil maken? Toe mama, pleaaaaaase. Uiteraard is er al een fles kandijsiroop slecht in de kast terug gezet (want stel je voor, ik laat hen mee afruimen – bel de kinderlijn BEL ZE DAN!) waardoor ik al een volledige rol keukenpapier erdoor gejaagd heb. En dat in tijden waar wc- en keukenpapier waardevoller zijn dan olie en goud.

Vervolgens moet er om 10 uur een tienuurtje zijn, om twaalf uur boterhammen (ter info: die drie eten elke middag samen een klein brood op – de lokale bakker heeft alvast geen last van de Corona-crisis), om half vier een verrassing en natuurlijk ook nog warm eten ’s avonds. Waar dan uitgebreid over gezaagd kan worden want de keuken serveert dagelijks groenten . ‘Wagelijk’ aldus Ilias en dat is geen schrijffout.

Ten tweede is er wel gratis WIFI maar die is helaas niet onbegrensd. De gasten moeten een toestemming verkrijgen aan de balie. Bij de zure receptioniste die zich bezighoudt met het tellen van de uren, tot geheel onbegrip van de gasten. Na stevig verzet is het aantal toegestane uren omhoog gegaan. Wie beweert er nu nog dat er geen vakbond meer nodig is?! Ik ben ook enorm blij om te merken dat mijn gasten hun woordenschat sinds kort aanzienlijk is uitgebreid met volgende uitspraken: GIJ KIEKE, Tourné zénéral, Miseriemiseriemiserie…en dat allemaal dankzij het genereuze aanbod van de VRT die ons samen door de Corona zal sleuren door middel van gratis afleveringen van FC De Kampioenen!

En alsof het nog niet uitdagend genoeg was, is één à tweemaal per week  de staff ook nog kritisch onderbemand. Ik werk namelijk in een essentiëel beroep (niet zo één waar voor geapplaudisseerd maar op gespuwd wordt) en mag dus uit mijn kot. Merci Maggie, Merciii. Mijn vorige escape strategie – lange duurlopen- werd enigszins geboycot door de annulatie van mijn marathon. Dat was effe kei hard balen maar als prof atleten niet naar de Spelen mogen, zal ik maar niet te veel blabla maken van mijn gecanceld doel. Perspectief!

Over het animatieprogramma zijn er overigens niet te veel klachten. Er is een mooi aangelegde tuin met speeltoestellen, er zijn creatieve knutselkwartieren en er bestaat de mogelijkheid tot het volgen van de workshop “schilder eens een muur met uw moeder”. Ook de weersomstandigheden vallen mee en de buren langs alle kanten zijn lief. Aan de rechterkant zijn het bovendien schaapjes die net lammetjes hebben gekregen wat volgens mij meteen kan tellen als mini kinderboerderij (dat doen alle hotels he, zo een beetje overdrijven).

Afin bon, dit alles om te zeggen wat iedereen al lang weet. Het is een lastige, intense en bizarre periode in onze levens. Ik heb niet zoveel geduld als juffrouw Evelien en ik ben een neurotische kuisvrouw (If only there was a smaller one to clean this one). Tot slot vind ik het gigantisch k*# dat ik mijn baby neefjes niet kan knuffelen.

Maar zoals Sil het zegt: I’m still standing, yeah yeah yeah…. Courage iedereen. Samen verslaan we dit monster!

 

 

 

Mamama…marathon?

The word is out, ik ga proberen een marathon te lopen. Na een paar maanden soulsearching heb ik besloten om eindelijk die uitdaging met mezelf aan te gaan. Want stiekem wou ik dit al heel lang. Maar ik durfde er niet aan te beginnen. Schrik dat het niet combineerbaar zou zijn met mijn gezin en werk. De eeuwige vrees om te falen.

Maar wat is falen uiteindelijk. Het niet behalen van je doel? Mijn enige doel is om de 42,2 km uit te lopen. Kan dat in een elegante tijd, des te beter. Dat klinkt als gezond verstand hé. Mensen die mij goed kennen echter weten wat een strijd het voor mij is om me net GEEN tijdsdoel te stellen. Aangezien die waanzinnige prestatiedrang mijn hoofd zo ongeveer deed ontploffen in september van vorig jaar, heb ik dat toch een beetje losgelaten. Lopen is een ontspanning, een uitlaatklep, een mini-me-momentje. Zo kostbaar dat ik het niet wil bezoedelen met irrationele stress. 

De grootste uitdaging is dus om er geen wedstrijd van te maken maar een belevenis. Aanvankelijk was het plan om op een gewone willekeurige dag eens de marathon afstand te lopen. Eventueel met wat vrienden erbij. Ik had zowaar gekken genoeg gevonden om dat idee met mij uit te voeren. Maar uiteindelijk konden man en kiné mij toch overtuigen om me in te schrijven voor een event. Om er een memorabel moment van te maken en het de aandacht te durven geven die zo een prestatie misschien wel verdient. Waarmee ik niet bedoel dat ik gans mijn familie en vriendenkring daar wil tegenkomen met spandoeken en koebellen. Mijn zus stelde zelfs een RODANIA wagen voor. Haha. Thanks but no thanks. Laat mij maar alleen in mijn bubbel. Als toeschouwer naar een marathon van amateurs gaan kijken lijkt mij trouwens ontzettend SAAI.

Ik vertel dit dus niet omdat ik op jullie aanmoedigingen reken of naar complimentjes tracht te vissen. Advies (zeker over voeding!) is natuurlijk altijd welkom en gulle kledingsponsors mogen zich ook altijd aanbieden. Momenteel loop ik in samenraapsels uit de jaren 90 en nillies, lees fluo! Maar hey, alles komt terug he? En die kleuren zijn wel heel zichtbaar en dus veilig 😉

Hoe combineer ik marathontraining dan met drie koters en een job? Die vraag krijg ik dagelijks. Het antwoord is geen kernfysica of een filosofische openbaring. Het is gewoon puzzelen natuurlijk. Zondagavond zet ik mij aan tafel met de wereldkampioen slechte planning, mijn allerliefste Jonasje. Ik noteer eerst al zijn werkafspraken. Dan de school gerelateerde activiteiten en de hobby’s van de jongens. Daarna vul ik mijn werkagenda aan en de overige afspraken (psycholoog, gaan bloed geven, verjaardagsfeestjes,…) komen er ook in te staan. En dàn ga ik op zoek naar gaatjes in de planning om mijn trainingen in te passen.

Dat betekent dat ik soms heel vroeg ’s ochtends in de sneeuw moet gaan tempo trainen. Ik probeer zo veel mogelijk het weer mee in rekening te nemen, maar er zijn maar 24 uren in een dag. Jammer genoeg schijnt de zon maar een heel klein procent daarvan in de Belgische winter. De wind is de laatste weken trouwens ook al een serieuze uitdager geweest maar ik probeer het positief te bekijken.  Het moest maar eens windstil zijn in mei…Dan ga ik nogal vooruit gaan! Wanneer de weergoden het echt te bont maken, schakel ik over op de loopband. Voor intervaltrainingen is dat best leuk maar voor de lange duurloop kan ik u het u hartelijk afraden. Onlangs dwong storm Ciara mij ertoe om 16km indoor af te werken. Elke 100m heb ik overwogen om te stoppen en de Runner’s High ben ik nergens tegengekomen.

Anyway, terug naar de planning. Natuurlijk reken ik ook wat op het enthousiasme van mijn omgeving. Af en toe loopt Jonas eens mee als de afstand niet te ver en het tempo niet te hoog is. Heel vaak gaan Ilias of Sil mee op de fiets tijdens de lange duurloop. Op die manier maken ze mee deel uit van mijn trainingsverhaal en dat vinden ze leuk. Bovendien heb ik dan iemand om mijn drinken te dragen en dat vind ik dan weer leuk 😉. En regelmatig loopt er een vriend mee. We combineren het sporten met filosofische gesprekken over onze vreemde breinen. Great fun!

De ondersteunende training, pilates en stretchen (belangrijk!!), doe ik thuis voor de televisie. Het is allemaal niet ideaal maar het is wat past in mijn leven en daarom is het net wel ideaal. Want sport hoort bij mijn leven. Maar ik leef niet om te sporten en ik sport niet om van te leven. Ook daarom is de tijd niet belangrijk. Of ik nu boven of onder de zogezegde magische vier-uren grens ga, daar ligt toch werkelijk niemand wakker van. Ik vermoed dat Sporza mij achteraf ook niet zal komen interviewen aangezien het Belgische record op geen enkel moment zal bedreigd worden (zelfs niet in de hele hoge leeftijdscategoriën haha).

Conclusie: Op 17 mei wil ik graag de afstand uitlopen. En ongeacht de tijd een gevoel van fierheid voelen. Dat is de uitdaging. Daar ga ik voor.

Duimen jullie mee? Bedankt!

ps: Zin om samen met mij wat kilometertjes af te malen? ik train vanuit Hever/Boortmeerbeek. Zaterdag lange duurloop en zondag herstelloop, dinsdag interval en donderdag tempoloop! Teamoutfit is schreeuwlelijke fluo. Alle onderwerpen kunnen besproken worden behalve voetbal (mijn ploegske zit in een crisisperiode) en het Corona Virus.

pps: Na dit projectje, zou ik graag samen met Jonas een sport gaan doen. Ik stelde zelf kunstschaatsen voor, inclusief glitterpakjes en drievoudige sprongen. Hij is nog niet all aboard. Andere suggesties?

Het VakantieVerzet

Alle mama’s en papa’s die blij zijn dat de vakantie voorbij is, steken hun hand omhoog.

IKKEUH!!!

Zeker wel. Mijn fitbit liegt er namelijk niet om. In de tweede week van de kerstvakantie lag mijn hartslag in rust (rust, wat is rust? ) vier slagen hoger dan normaal. En ik ben terug moeten beginnen met een vitamine B kuur want ik verloor meer plukken haar dan de hond van mijn mama.

En zeggen dat we zo hard hadden uitgekeken naar de vakantie! Er werd gedroomd van zwarte lava stranden en piratengevechten in het zwembad. Van gamba’s à la plancha en ochtendloopjes langs het strand. Maar toen ging Thomas Cooke failliet en onze vakantiebubbel ook. 

Helaas heb ik het nog niet zo ver geschopt met mijn bescheiden blogje om gratis verblijven in vakantieparken aangeboden te krijgen. Of om bungalows en boomhutten te gaan uitproberen met mijn nochtans fotogenieke kroost. Gelukkig hebben mijn ouders wel gewoon hard gewerkt voor hun (en mijn) boterham en konden we dus voor een paar dagen naar hun appartement aan zee.

Waar liep het dan toch fout? 

Uit mijn analyse blijkt dat het om een delicate combinatie van zowel interne als externe factoren draait (zoals alle existentiële problemen, nietwaar). Ten eerste waren er te veel cadeautjes. Na sinterklaas, mijn verjaardag, twee kerstfeestjes, Sil zijn verjaardag én nieuwjaar dacht Ries dat een pakje per dag de nieuwe standaard geworden was. Vergelijk het met een kind dat te veel suiker op heeft (wat overigens ook het geval was) en niet meer van ophouden weet. Bovendien mag je het aantal kadootjes bij Ilias en Sil dan nog eens maal twee doen. Want ook bij de familie van X werden er pakjes uitgedeeld. Weet je nog hoe ze zeiden dat je babies niet kan verwennen? Dat geldt dus NIET voor peuters, kleuters en kinders.

Een tweede euvel was de zogenaamde winterstop. Ik snap dat profvoetballers een paar weken rust nodig hebben om hun kousen te wassen en met hun trophy wifes naar de Bahamas te gaan. Energieke achtjarigen hebben die enkele uren buitensport daarentegen KEI HARD NODIG. En hun mama’s OOK. Tijdens de zomermaanden kan je ze dan nog buiten zwieren met een bal. In de kerstvakantie zijn mama’s gedoemd om tot vervelens toe te herhalen dat er binnen niet met ballen gespeeld mag worden. Ook niet met pingpong balletjes Ilias, nee.

Ok, dat laatste zou eventueel nog kunnen, indien we een ping pong tafel hadden. Correctie, als we de plaats voor een pingpong tafel hadden. Met dat idee in het achterhoofd (en ook wel gewoon omdat ik een Monica ben) had ik een extra dag verlof genomen om de garage op te ruimen. Na vijf uur ploeteren kwam de buurman mij smalend zeggen dat Jonas (aka de verzamelaar) niet blij ging zijn en eerlijk gezegd, dat was ik op dat moment ook niet. Het was ijskoud, ik had al een vaas en een fles sterke drank laten vallen en ik had niet genoeg IKEA dozen om al onze rommel te sorteren.

Ik bespaar U de verdere details. Uiteindelijk duurde het NEGEN verdomde uren voor alles min of meer een plekje had. En of er nu een pingpong tafel bij kan…Ik denk het niet. Maar ik merk, geheel vrijblijvend, op dat er in de garage van mijn overburen nog HEEL VEEL plaats is :-).

Een laatste element in de analyse is het actuele falen van mijn mild ouderschap. Ik ben grote fan van het idee om zoveel mogelijk te verbinden met je kinderen. Om grenzen te stellen maar ze wel toe te lichten. Samen te bespreken wat kan en wat niet en waarom dan precies niet. Het probleem is echter dat mijn grootste kerels daar tegenwoordig hun buik vol van hebben. Er is geen interesse in het maken van afspraken of om samen naar een oplossing te zoeken. Vooral Ilias heeft er sch%*t aan. Ik vroeg of hij mij wou helpen in de keuken. Na enkele seconden van stille reflectie antwoordde hij: neen. Ik keek verrast op en hij zei zelfvoldaan: “Het was toch een vraag? Ik kies neen”.

OK. Het verzet is dus nu al begonnen. Ik moet u niet uitleggen hoe blij ik was met dat berichtje van een collega schoolpoort-mama. Dat ze zat te schuilen in haar waskot om te ontprikkelen. Met alle machines op volle kracht om het lawaai van haar kroost even niet te moeten horen. Dat haar kinderen kinderen ook heel de vakantie voor ALLES ruzie hadden gemaakt. En dat ze aftelde naar maandag 8u40. Een andere vriendin waar ik mijn beklag tegen deed, gaf zelfs toe dat ze gedreigd had met Internaat.

Volgens mij maakt dat geen verschil in vakantieperiodes maar dank jullie wel om eerlijk te zijn. We hebben even kunnen lachen met mekaar en vooral onszelf en hey, we made it. Zoals Hanne Luyten zou zeggen; #momsunited. Het verzet tegen het Verzet! 

 

ps: geen enkel kind werd gekwetst tijdens het schrijven van deze blog.

 

 

Let it go

Mijn kleintje heeft gevochten op school. Er kwam trekken, sleuren en krabben (ja, dat doen jongens dus blijkbaar ook) aan te pas. En tranen. Veel tranen. Achteraf wist de juf me nog te zeggen dat hij niet begonnen was en dat het wel om zelfverdediging ging. Maar eigenlijk deed dat er voor mij niet echt toe.

Nu niet dat ik mijn jongens aanmoedig om andere kinderen aan te vallen natuurlijk. Maar ze mogen, nee moeten zichzelf wel verdedigen. Hun grenzen aangeven. Liefst verbaal natuurlijk maar soms kunnen die woorden wat kracht gebruiken.

Nog niet zo gek lang geleden zou ik hier helemaal anders over gedacht en geschreven hebben. Zou ik van naadje tot draadje uitgezocht hebben wat er gebeurd was. En wel zeventien gesprekken over geweldloos verzet. En een kilo moederkes-schuldgevoel natuurlijk. Maar, houdt u vast, ik heb dat losgelaten.

Bam, daar staat het. Loslaten. Het meest abstracte werkwoord in het woordenboek van een ouder. Menig boek werd er al over geschreven. Waar ik er overigens aardig wat van gelezen heb. Mijn korte samenvatting? Loslaten is een persoonlijk dingetje.

Hoe werkt het dan voor mij? Het draait allemaal rond het concept van selectieve onwetendheid. Vrij vertaald: niet alles weten, heeft zo z’n voordelen. Ignorance IS bliss! Ik moet niet persé weten op welke groeicurve Ries zit. Ik zie zo ook wel dat hij een gezonde zwiep is. Het klasgemiddelde van Ilias zijn rapport interesseert me heel weinig. Ik lees dat hij een lieve jongen is en dat maakt me blij. En dat Sil nog niet veel intrinsieke motivatie heeft op school , daar probeer ik ook niet meer van wakker te liggen.

Zo kom ik ook niet meer tussen in ruzies tussen de boygang. Ze moeten het zelf leren oplossen. Tenzij er fysiek geweld of groffe taal aan te pas komt, laat ik het aan mij voorbij gaan. Ik heb liever dat ze het uitvechten in de veilige cocon van ons gezin dan dat ze het op school of op de sportclub uithangen.

En uiteindelijk hoef ik ook niet meer in detail te weten wat Ilias en Sil in de week van X meemaken. Ik heb natuurlijk wel interesse voor wat ze vertellen (als ze er al over vertellen, het blijven jongens van 6 en 8. Was het leuk? Ja. Wat heb je gedaan? Meh. Klinkt bekend? 😊) maar ik pas geen verhoortechnieken meer toe.

Zonder dat ik het doorhad, paste ik deze techniek trouwens al langer toe. Sinds mijn zwangerschappen hebben we namelijk geen weegschaal meer in huis. Want ik ging me echt niet gek laten maken door een getal. Door bepaalde dingen geen plaats meer in mijn hoofd te geven, is er meer ruimte voor andere dingen die me écht boeien.

Is dat nu loslaten volgens de regels van de kunst? Nope. Werkt het voor mij? Ow yes.

Lukt het altijd? ZEKER NIET 🙂