Van 3 tot 5

Going Nuts !

Aaaah het is herfst. Ik HOU van de herfst! Lopen door het bos, schuifelend met m’n voeten door de pakken gevallen bladeren. De kleurenpracht en de aardse geuren…écht fan. Bovendien is het nu ook gepermitteerd om je warm aan te kleden zonder dat mensen je verdenken van een ernstige ziekte.

Waar ik iets minder fan van ben, is van de herfstvakantie. Nee, van déze herfstvakantie. Jaja, ik weet het. Ik wou drie kinderen. Ik ben gezegend met drie gezonde exemplaren. Zo dankbaar! (en moe)  Maar eerlijk, NIEMAND zat te wachten op deze herfstvakantie.

In het bijzonder mijn kinderen niet. Die hadden net màànden zonder hun vriendjes achter de rug. Met juf mama. Die is streng! Die zegt dat ik lelijk schrijf! Die weet niet hoe wij cijferen anno 2020! Ugh. Anyway, vakantie dus. Gedeeld leed is halve smart dus hier komt het.

Op maandag liet ik de kinderen hun speelgoed sorteren. Sinterklaas had mij die opdracht gegeven. Tot mijn grote verbazing deden ze dat heel goed én werden een paar pareltjes opzij gezet voor de neefjes. Net op het moment dat ik bij mezelf denk: ‘Al dat gezaag over alles op z’n plaats terug leggen en zeuren over orde orde orde, begint eindelijk op te leveren’, barst de bom. De mini’s ontdekken dat maxi hun spaarpot heeft geplunderd en vernietigd. Van fiere moeder naar moeder van een crimineel in spe, in amper tien seconden. Bam!

Op dinsdag schijnt de zon gelukkig, waardoor ik enkele uurtjes rustig kan werken. Als beloning gaan we naar het speelbos in Keerbergen. Eerst maken we een omweg langs het kerkhof. Voor een bezoekje aan mijn recent overleden omaatje. Aan het graf vinden Da Boyz het geestig om obsceen te dansen op het liedje dat ik afspeel. Kevin Janssens gaat hier niet geheel vrijuit. Prime Time Pony, i think not he. Eerste dag dat de zon schijnt in November: een uitverkocht kerkhof. Bis!

Woensdag was écht een shitty dag. Letterlijk. Problemen met de riolering thuis. Ik ga dat verder niet bespreken. Behalve dat er goeie producten te koop zijn bij Aveve. Punt uit (zoals Ries tegenwoordig zegt).

Donderdagochtend is alles bevroren bij het opstaan. Prachtig! Ik haal de winterjassen boven die wonderwel ook nog passen. Deze zomer zijn blijkbaar enkel de benen gegroeid! Na 7 minuten is het echter al uit met de pret want Sil scheurt z’n jas kapot bij het boomklimmen.

Vrijdag komt de ultieme bekroning! We gaan noten rapen op een grond waar m’n ouders grote planten kweken.  Afgaande op de foto’s denk je toch: idyllische uitstap. De realiteit luidt: non – stop ambras over wie de zak met noten mocht dragen. Wat eindigde in ‘de deze’ die met de zak mocht rondsleuren. En ik was de enige die DAT ECHT NIET WOU! Bovendien had Sil in de wagen naar huis, die sowieso al niet echt een vreugdevolle rit werd, nog een mededeling. Drie keer raden, bingo:  een verse scheur in z’n pas herstelde jas.

En zo, lieve vrienden, werd ik NUTS, in een notendop. Ik kan het navertellen dankzij (in volgorde van belangrijkheid) een man met een engelengeduld, een 50tal loopkilometers en enkele lekkere wijntjes (moest Delhaize overwegen om mij te sponsoren dan zou ik hier nu kunnen zeggen dat er momenteel enkele toppers te koop zijn, prijs-kwaliteit werkelijk fantastisch).

Ben ik een zaag? Zeker! Want een lieve vriendin van het huis zorgt deze maand helemaal alleen voor haar twee kinderen omdat haar man in Japan zit voor het werk. Iedereen zegt mij na: Joyce, je bent een heldin. Het wordt dringend tijd dat we nog eens samen kunnen gaan lunchen.

De nood ( of noot?) is hoog.

TW TIPS

TW, dat klinkt veelbelovend hè. Dat doet mij alvast denken aan ‘enkele’ jaren geleden toen ik nog naar festivals ging. Ik zal meteen bekennen dat ik nooit een grote festivalganger ben geweest. Voornamelijk door mijn afkeer van tenten (reeds toegelicht in eerdere blogs). En natuurlijk mijn onvermogen om veel te drinken zonder mezelf als de hoofdact van de dag te gaan beschouwen.

Maar TW, liefste moedertjes en vadertjes gaat dus niet over Rock Werchter of de nog archaïschere versie: Torhout – Werchter. Het is de naam van het tweekoppige monster dat ons opnieuw teistert: Thuiswerk.

TW en ik, wij hebben een complexe relatie. Ik vind het zo een luxe en tegelijkertijd een afschuwelijke uitdaging. Ja, het is heerlijk om een uurtje langer in m’n bed te kunnen liggen maar ik mis wel het fietsen naar het werk.En ik vind het zalig om een hele dag in fleece pijama’s met hartjes- en schaapjesmotief rond te hossen maar ik mis m’n mooie kleren ook wel (en Jonas ook, gok ik). Natuurlijk is het fantastisch om in de totale stilte te kunnen werken (hoewel de vogels hier HEEL luidruchtig durven zijn!) maar ik vind het ook best eenzaam.

Ik weet niet of mijn collega’s dat laatste argument mee onderschrijven :-). Ik ben er wel van overtuigd dat TW een vaste waarde zal worden. En dat vind ik GOED ook. Want de tijd dat je een held was omdat je ziek toch ging werken, die mag definitief voorbij zijn. Als je ziek bent, blijf je gewoon thuis.

En dus: ziehier mijn 5 beste survivaltips (en ik hoor ook heel graag de jouwe!)

  • Ruim uw kot ’s avonds op. Om de chaos tot ‘in je hoofd’ te beperken en genante Videoconferentie-beelden te vermijden. Ook ingewikkelde discussies met HR ga je zo uit de weg want het beleid rond arbeidsongevallen tijdens het thuiswerken is toch nog niet helemaal helder. Half verongelukken over een stapel was die op de trap ligt te wachten om naar boven gebracht te worden (ja toch he? iedereen doet dat toch, ofwat??), ik ben niet zeker of dat voldoet aan de criteria…
  • Eet op normale uren. Om je bioritme (en je gewicht) niet te verstoren. Wat je ook beter niet doet, is elke werkdag afsluiten met een glas wijn. Tijdens de zomerperiode leek dat een goed idee maar één glas rosé worden er dan wel al eens 2 en ineens is het van gin tonic all the way. Niet. Doen. Het is trouwens ook niet omdat je nu van thuisuit werkt, dat je je verplicht moet voelen om de kinderen ’s middags thuis te laten eten. Duw dat opkomend schuldgevoel maar weg, die middagpauze heb je echt nodig voor je eigen mentale gezondheid (maar dus, zonder drank he).
  • Maak een planning. Zo wordt je dag niet één doorlopende fase van werk x kinderen x huishouden x werk x …. Op het einde van de dag ben je totaal leeg én heb je het gevoel dat je vanalles en niets (goed) hebt gedaan. Wat ik zelf heel moeilijk vind, is om niet continu mijn mail te checken. Alsof ik 24/7 bereikbaar moet zijn ofzo. Het is veel efficiënter om je mail twee- of driemaal per dag te openen en onder te verdelen in taakmapjes: Nu, straks en ooit ;-).
  • Beweeg! Wie thuis werkt, beweegt een pak minder. Daar zijn al 327 studies over gemaakt dus met de details zal ik jullie niet vervelen maar een beetje extra sport kan  zeker geen kwaad. Youtube staat vol met leuke home workouts waar ik er al een heel deel van uitgeprobeerd heb, met wisselend succes. Ik zal mijn ervaringen daaromtrent in een volgende blog delen :-).
  • Investeer de tijd die je uitspaart door niet over en weer te moeten reizen naar je werkplek (tenzij je een HEEL groot huis hebt) in kwali- tijd. Probeer die gewonnen uurtjes niet enkel te verkwanselen aan het binge-watchen van Sara op vtmgo of een diepte analyse naar wie nu de masked singers zijn (dubbel schuldig) maar lees eens een boek, pak een bad (combinatie van beide ook mogelijk mits handdoek binnen handbereik) of doe iets creatief (mijn muren zijn ondertussen allemaal geschilderd, dus ik begin nu aan de renovatie van stoelen. Voorlopig zonder veel succes maar het is een groeiproces).

Ik besef dat ik hier weinig tot niets heb geschreven over ‘de kinderen’. Maar de kinderen zijn in deze TW-tijden idealiter op school. Moest dat opnieuw veranderen en worden we weer met zn allen thuisonderwijzers in bijberoep, dan maak ik een erratum!

Seg enneuh….Stay Safe he!!!!De bronafbeelding bekijken

 

 

de eerste keer

De eerste keer is altijd een beetje spannend. Je weet niet wat je kan verwachten. Waar je mag op hopen. Waar je moet voor vrezen. De eerste keer is een avontuur, in elke betekenis van het woord. Het zal je veranderen, maar je weet nog niet in welke zin. Misschien valt het mee, is het alles wat je had gedroomd. Maar soms is het een tegenvaller.

Want niet elke eerste keer is er ééntje om in te kaderen. Zo was er de eerste keer dat je hart gebroken werd. Die eerste keer dat je met de fiets viel. Of die keer dat je besefte dat je deze keer niet bij de winnaars zou zijn.

Deze eerste keer was onvermijdelijk.

9 jaar geleden werd ik ‘de eerste keer’ mama. Van een brok Ilias. Een heftige zwangerschap, een pittige bevalling, een heerlijke baby. En nu is het de eerste keer dat wij dat niet samen zullen vieren.

Want voor het eerst valt jouw verjaardag niet in ‘mijn week’. Voor het eerst zal je niet ’s ochtends vroeg bij mij in bed kruipen. Met je immer warme lijfje. Met je warrige krullenbol en je prachtige bruine Bambi ogen. Je zal niet als een bolletje tegen mij aankruipen en in m’n oor fluisterend vragen of je al mag opstaan. Want wij houden alle twee van verjaren. Van de positieve vibe die daar rond hangt. Van het ietwat overdreven gedoe. Met ballonnen en slingers en teveel taart. Alleen dit jaar dus niet.

Natuurlijk hebben we het vooraf gevierd. Met verschillende feestjes zelfs, bubbelgewijs. En natuurlijk waren er kadootjes en een feestje voor de vriendjes (waar ik nog een week van moet bekomen). Opnieuw heb ik jou verteld hoe blij ik ben met jou in mijn leven. En dat je zo een fantastische baby was. Hoe je nooit weende en moekie daarom dacht dat je misschien niet goed hoorde. Dat je sliep en at en sliep en at en nog wat meer van dat. En dat je een pittige peuter was die enorme uitbarstingen kreeg. Van woede én vreuge :-).  Wat een geweldige jonge kerel je bent geworden met gigantische voeten. En hoe fier ik op jou ben. Want alles wat ik als mama al mee mocht maken, was met jou de eerste keer.

Gelukkige verjaardag Ilias. Op nog heel veel eerste keren samen. The good and the bad. Altijd.

 

Hemelsblauw

Afgelopen week namen wij afscheid van Oma.
De mooiste, liefste, zachtste en beste oma van heel mijn wereld.
Ik beloofde haar om – net zoals voor Opa- een gedicht te schrijven.

Bij deze…

 

Oma

Mild, lang voor dat een modewoord werd

Zwart – wit voor zichzelf,

Honderd tinten blauw voor een ander

 

Oma

De geur van Coco Mademoiselle

Torste de wereld op haar frêle schouders

Minzaam glimlachend, Op hieltjes van 9 centimeter

 

Oma

Witte rozen zonder appelblad

Een kerstboom met blauwe ballen

Straffe koffie en een javanais

 

Oma

Hield van alles wat mooi was, net zoals zijzelf

Dronk amper water

Want goot het allemaal bij haar wijn

 

Lieve Oma

Op jouw mooie, verzorgde gezicht moest niemand zien hoe je je echt voelde

Maar Je was er altijd voor ons,

Tot je er eigenlijk niet meer was

 

Dag Oma

In de rokerige wolken van de dementie vloog je weg

Soms hoog, soms laag

En nu ook eindelijk Vrij , in het hemelsblauw

x lara 

Ik heb het nog nooit gedaan, dus…

Hey, dat is lang geleden! Maar weet je nog die keer toen ik na anderhalve maand fietsen dacht dat een fietsvakantie in de Alpen een goed idee was? Vijf dagen cols oprijden met 3 geoefende wielertoeristen na 51 dagen ervaring? Nee? Dat ging zo…

Omdat Covid 19, dat smerige monster, verantwoordelijk was voor honderd duizenden wereldwijde slachtoffers én het annuleren van mijn  marathon, belandde ik uiteindelijk op de fiets. Enerzijds door gebrek aan openbaar vervoer en een teveel aan files en anderzijds doordat ik tijdens het lopen werd weggeblazen door de talrijke nieuwe Corona-Coureurs. If you can’t beat them, join them!

And so the story begins.. Ik kocht, op aanraden van een collega, een bescheiden racefiets in een hele blitse kleur. Met mijn Viper Red Vélo oefende ik tweemaal het parcours naar Brussel. Geen overbodige luxe, zo bleek. Fietsen in Brussel is namelijk gevaarlijker dan geblinddoekt op een hoogteparcours kruipen. Ik moet hier trouwens even een melig woordje van dank uitspreken aan mijn top collega P., die mij door de waanzin van onze hoofdstad loodste en mij niet alleen de weg maar ook de survivaltrucjes leerde waar ik vandaag nog altijd op teer. Eeuwige dank!

Na een maand door de urban jungle leerde ik enkele enkele essentiële dingen. Ten eerste is een fietsbroek met zeemvel noodzakelijk. Ook voor korte afstanden, ja. En laat die onderbroek maar uit, thank me later. Ten tweede is een fietsbril aan te raden. Geen Ray Ban, die je om de 17 seconden terug op je neus moet duwen. En ook als de zon niet schijnt, wil je hem liever dragen want stof en vliegen zijn de vijand! Tot slot geef ik nog graag mee dat de befaamde hongerklop geen fabel is en dat een kilometer héél lang kan duren als je geen gram energie meer in je lijf hebt. Hem voorkomen doe je door te eten alvorens je honger hebt, wat dus kernfysica blijkt te zijn.

1000 km op de Strava-teller (dat is een fietsApp) later, kreeg ik het aanbod om mee te gaan op fietsvakantie naar de Alpen.  Ik sputterde eerst nog wat tegen. Want de voorgestelde week kwam mij niet goed uit wegens een full house. De fietsende collega’s verzetten toen prompt naar een even week en dus kon ik niet meer weigeren. Vriend en vijand waarschuwden mij dat dit misschien toch wat te hoog gegrepen was. Maar op z’n Pipi Langskous dacht ik; ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het vast wel!’. Mijn familie had ik niet op de hoogte gebracht. Dat leek me beter voor iedereen ;-).

Er werd nog snel getraind op ‘bergop’ rijden op het trouwens prachtige parcours van de Sven Nys Cycling Route. Ik leerde voor het eerst schakelen naar de kleine plateau (dat zijn de kleinere versnellingen). Ook klikpedalen werden toch nog gauw aangekocht en ingeoefend. Met dank aan mijn buurman voor de technische ondersteuning en het inhouden van zijn lach. En aan m’n fietsvrienden K. en F. om tijdens de eerste rit aan elke stop ‘KLIKKEUH’ te brullen. Dat compenseert min of meer hoe hard ze gelachen hebben met mijn miskochte fietsshirt. Misschien.

Op 22 juni vertrokken we voor dag en dauw met een camionette vol fancy fietsen + de mijne naar Bourg Saint Maurice. Ik had op voorhand bewust niet opgezocht welke heuvels we zouden oprijden. Ignorance is bliss, nietwaar. Welnee, ignorance is vooral dom. Toen ik na 2km klimmen al volledig in het rood ging (perfect gematch met m’n fiets weliswaar) riep ik, snakkend naar adem: Ik kan niet meer schakelen! Fietsvriendin V. antwoordde droog: het is op. Je kan niet meer kleiner…

Geweldig begin! Ik heb mij vervolgens netjes in haar wiel gezet en ben de, overigens zeer bescheiden berg, traag en gestaag opgefietst. En de dagen daarna heb ik het op dezelfde manier aangepakt. “Traag en gestaag bereikt de schildpad haar doel” was mijn mantra.

Uiteindelijk fietste ik 4maal een bergflank op. In de hitte. M’n billen kregen de schok van hun leven en ik vergat éénmaal te eten, op 8km van de top. Maar ik fietste overal naar boven. Het was afzien en genieten en nog wat afzien en nog meer genieten. Ik kan niet beschrijven wat een gevoel het is om boven te komen en als een idiote toerist naast dat bordje van de Col te gaan staan. Voor een foto met een dwaze grijns. Om zo belachelijk content van uzelf te zijn. En dan met een klein hartje naar beneden te fietsen en in volle vaart te denken: hoe ben ik hier in hemelsnaam boven geraakt.

Ik raad het u aan. Misschien niet om meteen naar de Alpen te trekken want laat ons eerlijk zijn, ik had al een hele goeie conditie van al dat lopen. Maar wel om te beginnen fietsen. Want ik leerde enkele fantastische levenlessen, terwijl ik de berg opsukkelde. Dat je soms boven jezelf kan uitstijgen door binnen je grenzen te blijven. Enkel door me te focussen op m’n ademhaling en een cadans die ik kon aanhouden, was de top binnen bereik. Maar ook dat de steile weg naar boven veel minder zwaar is, als je je wagentje aan kan haken bij een vriend.

In het fietsen vond ik veel vriendschap. En door de vriendschap vond ik mezelf weer een beetje meer terug. Als ik ’s nachts niet in slaap geraak, denk ik terug aan de twee laatste kilometers van de Cormet de Roselend. ‘Het wordt nu fris, dus we zijn er bijna’.

Die frisse wind van het fietsen was nét wat ik nodig had.

En nieuwe remmen ook. Want ik heb ze helemaal opgefraind in het afdalen van diezelfde Roselend #oeps #schrikschijter.